Doop uit gehoorzaamheid aan Christus

De meeste Protestanten en Evangelischen geloven niet dat de doop redt (1 Petrus 3:21) en dopen niet tot vergeving van zonden (Handelingen 2:38). Is hun doop dan geldig?

Onlangs las ik een paar artikelen waarin beweerd wordt, dat een doop geldig is zolang iemand gedoopt werd 'om God te gehoorzamen'.

Deze schrijvers zien het groot verschil niet in tussen doop 'om Christus te gehoorzamen' en doop 'uit gehoorzaamheid aan Christus'. Wanneer wij zeggen dat iemand gedoopt werd om Christus te gehoorzamen, spreken wij uitsluitend over zijn eigen bedoeling. Dit zegt niet dat echte gehoorzaamheid bereikt werd.

Wanneer Rooms-Katholieken of Protestanten hun baby laten besprenkelen om God te gehoorzamen, is een dergelijk doopsel ongeldig. Al lag het in hun bedoeling om God te gehoorzamen, was wat zij deden niet uit gehoorzaamheid aan God. Ze gehoorzaamden menselijke geboden en overleveringen. Jezus noemt een dergelijke aanbidding waardeloos: "Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn" (Matteüs 15:8,9).

Wanneer iemand in Evangelische kringen ondergedompeld wordt om God te gehoorzamen terwijl hij meent dat hij door geloof alleen reeds behouden is en dat zijn zonden reeds vergeven zijn, is zijn doop eveneens ongeldig. Zijn bedoeling was goed, maar zijn doop was niet uit gehoorzaamheid aan Christus. Door het woord van Christus wordt iedereen bevolen zich te laten dopen 'tot vergeving van zonden' (Handelingen 2:38). Dit heeft hij niet gedaan. Hij heeft Christus niet gehoorzaamd. Zijn doop was uit gehoorzaamheid aan leerstellingen van mensen en is derhalve waardeloos.

Wie beweert dat een doop geldig is als die maar gedaan werd om God te gehoorzamen, leert in feite een soort redding door goede bedoelingen!

De Schrift leert iets anders. De vorm moet uiteraard juist zijn; de doop is een begrafenis (Romeinen 6:4; Kolossenzen 2:12). Maar de juiste uiterlijke vorm alleen is niet voldoende.

Doop uit gehoorzaamheid aan Christus is een bede tot God om een goed geweten door de opstanding van Jezus Christus (1 Petrus 3:21). Daarom werd Paulus bevolen: "Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen, onder aanroeping van zijn naam" (Handelingen 22:16). Al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden (Handelingen 2:21; Romeinen 10:13). Om redding, roepen wij bij onze doop de naam des Heren aan. De doop zelf is een bede tot God om een goed geweten. Op deze wijze redt ons de doop (1 Petrus 3:21). Daarom zei Jezus ook: "Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden" (Marcus 16:16).

De doop van iemand die meent dat hij al behouden is, kan onmogelijk een bede tot God om een goed geweten zijn. Zo iemand wordt niet tot vergeving van zonden gedoopt (Handelingen 2:38). Hij wordt niet gedoopt om zijn zonden te laten afwassen (Handelingen 22:16). Hij roept bij zijn doop de naam des Heren niet aan om redding (Handelingen 22:16; 1 Petrus 3:21). Een dergelijke 'doop' is niet de doop die Christus bevolen heeft. Hoe kan die dan geldig zijn?

Roy Davison

De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling,
© Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).