Laten wij ernaar jagen de Here te kennen

“Ja, wij willen de Here kennen, ernaar jagen Hem te kennen” (Hosea 6:3).

Kennen wij God? Wat betekent het om God te kennen, en hoe kunnen wij Hem kennen?

God is the bron van kennis.

“Ja, indien gij tot het inzicht roept en tot de verstandigheid uw stem verheft; indien gij haar zoekt als zilver en naar haar speurt als naar verborgen schatten, dan zult gij de vreze des Heren verstaan en de kennis Gods vinden. Want de Here geeft wijsheid, uit zijn mond komen kennis en verstandigheid” (Spreuken 2:3 t/m 6).

We leven in wat men het informatietijdperk noemt. Door moderne communicatiemiddelen kunnen wij ogenblikkelijk een geweldige hoeveelheid informatie raadplegen.

Maar kennis is meer dan alleen maar informatie hebben. Paulus spreekt van bepaalde mensen “die zich te allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis der waarheid te kunnen komen” (2 Timoteüs 3:7). Dit komt doordat zij onvoldoende eerbied voor God hebben: “De vreze des Heren is het begin der kennis” (Spreuken 1:7). “Want aan een mens die Hem welgevallig is, geeft Hij wijsheid, kennis en vreugde” (Prediker 2:26).

Sommigen haten kennis en ondervinden de gevolgen.

“Hoelang zult gij, onverstandigen, het onverstand liefhebben, zullen spotters aan spotternij een welgevallen hebben, en dwazen de kennis haten?” (Spreuken 1:22).

God luistert niet naar de gebeden van mensen die Zijn kennis verwerpen: “Dan zullen zij tot mij roepen, maar ik zal niet antwoorden, zij zullen mij zoeken, maar mij niet vinden. Omdat zij de kennis hebben gehaat en de vreze des HEREN niet hebben verkozen, Mijn raad niet hebben gewild, al mijn vermaningen hebben versmaad, zullen zij eten van de vrucht van hun wandel en verzadigd worden van hun raadslagen” (Spreuken 1:28 t/m 31).

God zei over Israël: “Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis” (Hosea 4:6).

Vele problemen in de maatschappij zijn een gevolg van het verwerpen van de kennis van God: “Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, en zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen. Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten, want hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke. Eveneens hebben de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkander ontbrand, als mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende en daardoor het welverdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende. En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt: vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid; oorblazers, lasteraars, haters van God, verwatenen, overmoedigen, grootsprekers, vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam; onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid. Immers, hoewel zij de rechtseis van God kenden, namelijk, dat zij, die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen, doen zij ze niet alleen zelf, maar schenken ook nog hun bijval aan wie ze bedrijven” (Romeinen 1:21 t/m 32).

Wij moeten kennis zoeken.

“Het hart van de verstandige zoekt kennis, maar de mond der zotten houdt zich met dwaasheid bezig” (Spreuken 15:14). “Het hart van de verstandige verwerft kennis, het oor der wijzen zoekt kennis” (Spreuken 18:15).

Onze kennis moet toenemen.

Het gebed van Paulus voor de Kolossenzen was “om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God” (Kolossenzen 1:10).

Petrus moedigt groei aan “in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus” (2 Petrus 3:18).

Om christenen te zijn, moeten wij God kennen.

Onder het nieuwe verbond moet men God kennen om bij Gods volk te zijn: “Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de Here: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des HEREN, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken” (Jeremia 31:34). Onder het Oude Verbond was Gods volk een gewone natie die bestond uit mensen die God kenden en uit mensen die God niet kenden. De gelovigen moedigden de anderen aan om God te kennen. Onder het Nieuwe Verbond is Gods volk een geestelijke natie die bestaat uitsluitend uit mensen die God kennen.

Wij kennen God door Christus: “Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen” (Johannes 1:18). “Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht gegeven heeft om de Waarachtige te kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in zijn Zoon Jezus Christus. Dit is de waarachtige God en het eeuwige leven” (1 Johannes 5:20).

Onze kennis van God moet praktisch beleefd worden. Wij kunnen God alleen kennen indien wij Zijn geboden onderhouden: “En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren. Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet” (1 Johannes 2:3, 4).

Laten wij ernaar jagen de Here te kennen. Hij is de bron van kennis. Indien wij eerbied voor Hem en Zijn woord hebben, kunnen wij kennis vergaren die veel meer waard is dan zilver en goud. Laten wij niet zo dwaas zijn de kennis te haten. Indien wij Gods kennis verwerpen zal Hij niet naar onze gebeden luisteren. Mensen die de kennis van God verwerpen, kiezen een weg die naar het verderf leidt. Wij moeten kennis zoeken. Onze kennis moet toenemen. Door Jezus Christus kunnen wij God kennen, en wij zijn geen christenen indien wij God niet kennen. Deze kennis moet praktisch beleefd worden. Wij moeten Gods geboden bewaren om God echt te kennen.

“Genade en vrede worde u vermenigvuldigd door de kennis van God en van Jezus onze Here” (2 Petrus 1:2).

Roy Davison

    De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).

Published in The Old Paths Archive
(http://www.oldpaths.com)