Laten wij trouwe rentmeesters zijn van de geheimenissen Gods
Paulus schreef: Laat men ons zo beschouwen: als dienaren van Christus en rentmeesters van de verborgenheden van God. Verder wordt hier van de rentmeesters vereist, dat men trouw wordt bevonden (1 Korintiërs 4:1, 2 Telos).
Een rentmeester is iemand aan wie de bezittingen of zaken van iemand anders werden toevertrouwd met de afspraak dat hij daarvoor zal zorgen en die op een verantwoordelijke wijze beheren.
Hoe zou u zich voelen, moest iemand u een tas geven waarin diamanten waren die duizenden euro waard zijn, en u vragen daarmee door de straten van een grote stad te wandelen en die op een ander adres af te leveren?
Zowat 20 jaar geleden ging broeder Gus Amssoms heen om bij de Heer te zijn. Toen hij met pensioen ging, na 45 jaar als arbeider in Antwerpen gewerkt te hebben, had hij geen enkele dag wegens ziekte gemist. Hij was een betrouwbare man.
Antwerpen is de hoofdstad van we wereld wat de diamondslijperij betreft. Ongeveer 2000 zaken die met edelstenen te maken hebben, zijn in een straal van 1 km rondom het centraal station gevestigd.
Nadat Gus op rust ging, kreeg hij een deeltijds baan als diamand koerier. Indien u toerist in Antwerpen was, had u misschien een oudere werkman gezien met een beminnelijke, innemende glimlach aan het wandelen door de smalle straten van Antwerpen met een oud, versleten aktetas. U had zich nooit kunnen inbeelden dat zijn tas diamanten bevatte die duizenden euro waard waren. Hij had geen geweer of kogelvrije vest of gepantserde voertuig. Hij had iets dat de diamanthandelaren veel veiliger beschouwden. Hij had een beminnelijke, onschuldige uiterlijk, en hij was een volledig betrouwbare man.
Als christenen wensen wij betrouwbare rentmeesters te zijn van de verborgenheden Gods, die veel meer waard zijn dan een tas vol diamanten. Deze grote verantwoordelijkheid geldt dubbel voor oudsten, diakonen, leraars en predikers.
Want een opziener moet onberispelijk zijn als een rentmeester van het huis Gods (Titus 1:7). Petrus schreef: De oudsten onder u vermaan ik dan als medeoudste en getuige van het lijden van Christus, die ook een deelgenoot ben van de heerlijkheid, welke zal geopenbaard worden: hoedt de kudde Gods, die bij u is, niet gedwongen, maar uit vrije beweging, naar de wil van God, niet uit schandelijke winzucht, maar uit bereidwilligheid, niet als heerschappij voerend over hetgeen u ten deel gevallen is, maar als voorbeelden der kudde (1 Petrus 5:1 t/m 3). Oudsten zijn rentmeesters van God, de zorg voor Zijn kudde is aan hen toevertrouwd.
Omdat God Paulus getrouw achtte, werd de bediening van het evangelie aan hem toevertrouwd: Ik breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Here, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft (1 Timoteüs 1:12).
Betrouwbaarheid is vereist om het evangelie te prediken en om Gods volk te leiden.
Wij moeten in het verkondigen en in het toepassen van het woord trouw zijn. Dient elkander, een ieder naar de genadegave, die hij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei genade Gods. Spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God; dient iemand, laat het zijn als uit kracht, door God verleend, opdat in alles God verheerlijkt worde door Jezus Christus, aan wie de heerlijkheid is en de kracht, in alle eeuwigheid! Amen (1 Petrus 4:10, 11).
De Heer was tornig op de ontrouwe profeten onder het oude verbond: Ik heb gehoord wat de profeten zeggen, die in mijn naam vals profeteren: Ik heb gedroomd, ik heb gedroomd! Tot hoelang? -- is er iets in het hart van de profeten, die leugen profeteren en profeten zijn van de bedriegerij van hun hart; Die erop bedacht zijn mijn volk mijn naam te doen vergeten door hun dromen, die zij elkander vertellen, evenals hun vaderen mijn naam hebben vergeten door de Baäl? De profeet die een droom heeft, vertelle een droom, en die mijn woord heeft, spreke mijn woord naar waarheid; wat heeft het stro met het koren gemeen? luidt het woord des HEREN. Is niet mijn woord zó: als een vuur, luidt het woord des HEREN, of als een hamer, die een steenrots vermorzelt? Daarom zie, Ik zàl de profeten! luidt het woord des HEREN, die mijn woorden van elkander stelen; Zie, Ik zàl de profeten! luidt het woord des HEREN, die hun tong gebruiken en godsspraken verkondigen; Zie, Ik zàl de profeteerders van leugenachtige dromen! luidt het woord des HEREN, die zij vertellen om mijn volk te misleiden door hun leugens en woordenkramerij; Ik heb hen niet gezonden en hun geen opdracht gegeven; zij zijn dit volk niet van het minste nut, luidt het woord des HEREN (Jeremia 23:25 t/m 32).
Valse leraars proberen mensen te behagen i.p.v. God. Als predikers en oudsten moeten wij onthouden dat wij tegenover God verantwoording verschildigd zijn, niet tegenover mensen. Paulus schreef: Integendeel, daar God ons waardig heeft gekeurd om ons het evangelie toe te vertrouwen, spreken wij, niet om mensen te behagen, maar Gode, die onze harten keurt. Want wij hebben ons nooit afgegeven met vleitaal, zoals gij weet, of met (enig) baatzuchtig voorwendsel; God is getuige! Ook zochten wij geen eer bij mensen, noch van u, noch van anderen (1 Thessalonicenzen 2:4 t/m 6).
Dit plechtig bevel, door Paulus aan Timoteüs gegeven, weergalmt door de eeuwen: Ik betuig u nadrukkelijk voor God en Christus Jezus, die levenden en doden zal oordelen, met beroep zowel op zijn verschijning als op zijn koningschap: verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting. Want er komt een tijd, dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren. Blijf gij echter nuchter onder alles, aanvaard het lijden, doe het werk van een evangelist, verricht uw dienst ten volle (2 Timoteüs 4:1 t/m 5).
Wij moeten ons aan het betrouwbare woord naar de leer vasthouden om in staat te zijn te vermanen op grond van de gezonde leer en de tegensprekers te weerleggen (Titus 1:9).
Paulus vermeldt de trouw van meerdere broeders waarmee hij gewerkt heeft. Hij noemt Epafras onze geliefde mede dienstknecht,die voor u een getrouw dienaar van Christus is (Kolossenzen 1:7). Hij verwijst naar Tychikus als mijn geliefde broeder en getrouwe dienaar en mededienstknecht in de Here en naar Onesimus als mijn getrouwe en geliefde broeder (Kolossenzen 4:7 t/m 9). Petrus verwijst naar Silvanus als een betrouwbare broeder (1 Petrus 5:12). Laten wij hun voorbeeld volgen en trouwe dienstknechten van Christus zijn.
Als trouwe rentmeesters van de geheimenissen Gods moeten wij de boodschap ook aan anderen doorgeven: Gij dan, mijn kind, wees krachtig in de genade van Christus Jezus, en wat gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan vertrouwde mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderrichten (2 Timoteüs 2:1, 2).
Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen blijke, dat gij vooruitgaat. Zie toe op uzelf en op de leer, volhard in deze dingen; want door dit te doen zult gij zowel uzelf als hen, die u horen, behouden (1 Timoteüs 4:15, 16).
De verborgenheden Gods zijn aan ons toevertrouwd, het goed nieuws van redding uit genade door het offer van Christus. Terwijl wij woorden spreken als van God, laten wij trouwe rentmeesters zijn in het verkondigen en toepassen van het woord. Bij het prediken van het evangelie moeten wij Gods word naar waarheid spreken. Wij moeten streven God te behagen en niet mensen, ons aan het betrouwbare woord naar de leer vasthoudende om in staat te zijn op basis van de gezonde leer te vermanen en de tegensprekers te weerleggen. Deze dingen moeten wij aan betrouwbare mensen toevertrouwen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderrichten.
Wie is dan de trouwe, de verstandige rentmeester, die de heer over zijn bedienden zal stellen om hun op tijd hun deel te geven? Zalig die slaaf, die zijn heer bij zijn komst zo bezig zal vinden (Lucas 12:42, 43).
Roy Davison
De schriftgedeelten in dit artikel zijn uit de Nieuwe Vertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (tenzij anders aangeduid).
Published in The Old Paths Archive
(http://www.oldpaths.com)